Direct naar inhoud
Blog

Digitaal meedoen begint bij een basis die op orde is

Level Level is partner geworden van het Netwerk Digitale Inclusie in Rotterdam. Het netwerk verbindt partners en initiatieven, zodat we samen Rotterdammers kunnen ondersteunen die hulp nodig hebben of vastlopen in de digitale dienstverlening. Er doen tientallen organisaties mee, waaronder de gemeente Rotterdam, Hogeschool Rotterdam, MEE Rotterdam Rijnmond en het Rotterdams Sociaal AI Lab. Bibliotheek Rotterdam voert de regie.

Foto vanuit de zaal gemaakt tijdens bijeenkomst Netwerk Digitale Inclusie.

Inhoudsopgave

Wij brengen daar kennis van digitale toegankelijkheid in. Een klein stukje van een groot geheel, maar wel een stukje waar veel op rust. En dat is nog steeds niet vanzelfsprekend: op de laatste netwerkbijeenkomst was een van de conclusies dat we het nog altijd van de daken moeten schreeuwen.

In het kort

Hoeveel mensen kunnen niet digitaal meedoen?

Bijna alles loopt inmiddels digitaal. Je toeslag, je huisarts, je bank, je parkeervergunning. Wie daar niet bij kan, kan simpelweg niet meedoen. En dat is geen kleine groep. Landelijk hebben naar schatting 4,5 miljoen Nederlanders moeite met de digitale wereld, een kwart van de bevolking. In Rotterdam, met ruim 673.000 inwoners, gaat het dan om een grote groep inwoners. En de gemeente verwacht in haar programma Digitale Inclusie dat het aandeel hier hoger ligt, omdat de stad relatief veel inwoners heeft met een laag inkomen of met moeite met taal.

Dat zie je terug in de basisvaardigheden. Landelijk hebben 3 miljoen volwassenen moeite met lezen, schrijven en/of rekenen, ongeveer een op de vijf. In Rotterdam is dat een op de drie (36%). En die groep groeit. Door vergrijzing, en doordat jongeren minder goed lezen. In september 2026 bleek uit PISA dat bijna 40% van de 15-jarigen niet goed genoeg leest om mee te komen op school. In 2018 was dat nog een op de vier.

Tegelijk blijven de digitale vaardigheden ongeveer gelijk. 16% van de Nederlanders heeft geen digitale basisvaardigheden, en dat is sinds 2023 nauwelijks verbeterd. Terwijl er steeds meer digitaal móét. Het gaat dus niet om een kleine groep die een cursus mist. Het gaat om een groot deel van de stad. En het houdt natuurlijk niet op buiten Rotterdam.

Wat is digitale inclusie?

Digitale inclusie betekent dat iedereen mee kan doen in de digitale samenleving. Dat is veel meer dan een toegankelijke website. Om digitaal mee te doen heb je een heel landschap nodig:

Geen enkele organisatie kan dat hele landschap alleen afdekken. Daarom is een netwerk als dit nodig. De onderdelen hangen aan elkaar: wat iemand leert in een cursus, werkt alleen als de website of app daarna ook te gebruiken is.

Waarom is digitale toegankelijkheid de basis?

Toegankelijkheid is dus maar één onderdeel. Maar wel het onderdeel waar de andere op rusten. Hoe kun je iemand nou trainen om een app of website te gebruiken die niet toegankelijk is? Je kunt iemand leren inloggen. Maar als de inlogknop niet wordt voorgelezen, houdt het op. Je kunt iemand helpen een formulier in te vullen. Maar als de foutmelding niet zegt wat er misging, begint zij morgen gewoon weer opnieuw. Of zij haakt af. Dan leer je mensen vooral omgaan met vastlopen. Een toegankelijke website lost digitale uitsluiting niet op. Maar een ontoegankelijke website maakt alle andere inspanningen minder waard. Daarom moet de basis op orde zijn.

Hoe toegankelijk zijn overheidswebsites?

Hoe staat het met die basis? In september 2026 verscheen de Monitor digitale toegankelijkheid overheid 2026 van 200 OK, waar wij met Level Level Accessibility aan bijdroegen. De uitkomst: maar 5% van de websites en apps van de overheid is aantoonbaar toegankelijk.

Het officiële dashboard van de overheid meldt 10%. Maar dat cijfer telt ook toegankelijkheidsverklaringen mee die onvoldoende onderbouwd zijn. Een betrouwbare verklaring rust op een toegankelijkheidsonderzoek volgens de standaard. Kijk je wat er echt achter zit, dan blijft de helft over. En sinds 2020 is bijna een kwart (23%) van de onderzochte sites en apps zelfs slechter geworden.

Dan hebben we het alleen nog over de sites die in het register staan. Volgens de monitor ontbreekt 30% van de overheidswebsites en -apps helemaal in het register. Dat is de openbare lijst waarin overheden laten zien hoe toegankelijk hun websites zijn. Sommige overheidsinstanties hebben nog steeds geen verklaring voor hun belangrijkste digitale kanaal. De werkelijke situatie is dus waarschijnlijk slechter dan 5%.

En dan gaat het nog alleen om de overheid. Niet om de zorgverzekeraar, de woningcorporatie, de energieleverancier of de webwinkel, waar Rotterdammers net zo goed digitaal langs moeten. Hoe het bij webwinkels staat, lees je in ons onderzoek naar de toegankelijkheid van webwinkels.

Waarom verbetert de toegankelijkheid niet?

We weten hoe het moet. Er zijn internationale richtlijnen, de WCAG. Hier leggen we uit wat die richtlijnen zijn en hoe je ze toetst. Er zijn ervaringsdeskundigen die je kunt vragen om mee te testen. En voor overheden is toegankelijkheid sinds 2018 wettelijk verplicht.

Toch lijkt het kwartje maar niet te vallen. Zeker niet bij overheden, terwijl je bij hen niet naar een ander kunt. Je kiest geen andere gemeente omdat de website van de jouwe niet werkt. Dus vraag ik me af: waar wachten we op? Waar verschuilen we ons achter? Budget? Planning?

Een deel van het antwoord is toezicht. Dat is er voor overheidswebsites niet. Er is geen onafhankelijke partij die controleert of wat overheden over hun website zeggen ook klopt. Op 29 september 2026 stemt de Tweede Kamer over een motie van Kamerlid Barbara Kathmann. Die vraagt de regering om uiterlijk eind 2027 zo’n toezichthouder aan te stellen. Een toezichthouder die ook kan ingrijpen als het niet goed gaat. Ik hoop dat hij wordt aangenomen. De afgelopen acht jaar laten zien wat er gebeurt zonder toezicht: vijf procent.

Voldoet jouw website aan de standaarden?

Digitale inclusie is een opgave voor de hele stad. Voor de bibliotheek, de gemeente, het onderwijs, de zorg en de vrijwilligers die elke week klaarstaan. Maar wie websites en apps bouwt of laat bouwen, heeft een eigen verantwoordelijkheid. Zorg dat de basis op orde is. Anders vragen we mensen om te leren werken met iets dat niet werkt.

De basis op orde krijgen begint met weten waar je staat. Een paar stappen die je als organisatie direct kunt zetten:

  1. Laat je website of app onderzoeken volgens de standaard. Een toegankelijkheidsverklaring is pas betrouwbaar als er een volledig onderzoek onder ligt. Lees hoe een toegankelijkheidsonderzoek volgens WCAG-EM 2.0 werkt.
  2. Test met echte gebruikers. Laat een veelgebruikt formulier of een belangrijke dienst testen door mensen die moeite hebben met lezen of een beperking hebben. Zij vinden wat een automatische scan mist.
  3. Maak foutmeldingen en teksten begrijpelijk. Zeg wat er misging en wat iemand nu moet doen. In eenvoudige taal.
  4. Verwacht geen snelle oplossing van een tool. Een plug-in of AI-tool maakt je website niet toegankelijk. Waarom AI jouw website niet toegankelijk gaat maken, lees je hier.
  5. Houd het bij. Toegankelijkheid is geen eenmalig project. Elke nieuwe pagina of functie kan de basis weer onderuithalen.

Wil je weten hoe je compliant wordt en blijft? Bekijk ons webinar over hoe je compliant wordt en blijft met de toegankelijkheidswet. En heb je vragen over jouw website of app? Neem contact met ons op. We helpen je graag op weg.

Alles weten over accessibility?

In ons handboek ‘Bouwen aan een digitaal toegankelijke organisatie’ lees je exact wat je nodig hebt om klaar te zijn voor de European Accessibility Act of hoe je voldoet aan de Wet digitale overheid (Wdo).

Kennis

Gerelateerde artikelen.

Geschreven door

Profielfoto Christien van de Sande van Level Level.
Christien van de Sande COO

Nooit geen reden voor roze lippenstift

Gepubliceerd op: